Twitter Facebook
OverijsselExtra.nl gebruikt cookies om content te personaliseren, om advertenties te tonen en om ons websiteverkeer te analyseren. Informatie over uw gebruik van deze website kan mogelijk gedeeld worden met derde partijen.
Meer informatie
OK
U heeft al artikelen gratis gelezen deze maand
Bevalt u onze journalistiek? Lees ook dit artikel en al het andere dat we hebben geschreven zonder restricties met premium.
star
Nu abonneren

Vuurwerkramp aangifte: "gemeente Enschede 'schoonde' dossiers vóór inbeslagname"

Met het 'schonen' van dossiers werd een geheime gronddeal uit het onderzoek gehouden

maandag 4 november 2019 - 12:00 CET
Vuurwerkramp aangifte: "gemeente Enschede 'schoonde' dossiers vóór inbeslagname"
maandag 4 november 2019 - 12:00 CET

De gemeente Enschede heeft na de Vuurwerkramp in Enschede mogelijk onvolledige dossiers aan de politie en het Openbaar Ministerie overhandigd. Dat blijkt uit de aangifte die vorige week werd ingediend bij de politie in Enschede.


In de aangifte die vorige week geanonimiseerd openbaar werd gemaakt staat onder andere dat er sprake zou zijn van dood door schuld, valsheid in geschrifte, bedrog, ambtsmisdrijven, misleiding van de rechter en ondermijning van de rechtstaat.

Advertenties helpen ons de rekeningen te betalen. sentiment_dissatisfied
Ondersteun ons door uw adblocker op deze website uit te schakelen.
Advertentie
De aangifte is ingediend door vuurwerkramp klokkenluider Paul van Buitenen en drie belanghebbenden: oud-rechercheur van de politie Twente Jan Paalman, de voormalige directeur van het vuurwerkbedrijf Rudi Bakker en brandweerweduwe Mathilde van der Molen.

Het viertal hoopt met de aangifte het Openbaar Ministerie te bewegen het onderzoek naar de Vuurwerkramp Enschede te heropenen. Na het vrijspreken van de vermeende verdachte André de Vries zijn er wel gelimiteerde onderzoeken geweest, maar ook in die onderzoeken zou, volgens de aangifte, zijn "toegewerkt naar het neutraliseren van nieuwe aanwijzingen."
Vuurwerkramp aangifte: "gemeente Enschede 'schoonde' dossiers vóór inbeslagname"

32 overheidsinstanties en ruim 100 personen


In de aangifte worden 32 overheidsinstanties en ruim 100 personen benoemd die een kwalijke rol zouden hebben gespeeld voor, tijdens en na de Vuurwerkramp in Enschede. Hierbij worden onder andere genoemd de gemeente Enschede, de brandweer Twente, de politie Twente, het Openbaar Ministerie, en verschillende ministeries, waaronder het ministerie VROM en het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

De personen die worden genoemd zijn onder andere medewerkers van de gemeente Enschede, brandweer Twente en politie Twente. Ook enkele ministers worden genoemd, waaronder Tineke Netelenbos (V&W), Klaas de Vries (BZK), Jan Pronk (VROM), Piet-Hein Donner (Justitie), Johan Remkes (BZK), Ivo Opstelten (V&J), en Ferd Grapperhaus (V&J).

In de 41 pagina's worden tal van onregelmatigheden en mogelijk strafbare feiten benoemd in alle onderzoeken en strafrechtelijke trajecten van de vuurwerkramp, waaronder het onderzoek naar de vermeende brandstichter André de Vries, het onderzoek naar het vuurwerkbedrijf en het onderzoek naar de gemeente Enschede.


Foutieve regelgeving


Met name het ministerie van Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) en het ministerie van Verkeer en Waterstaat (V&W) worden in de aangifte genoemd als organisaties die voorafgaand aan de Vuurwerkramp op de hoogte waren van fouten in de regelgeving van vuurwerk.

De regelgeving zou zich ten tijde van de ramp in een transitie tussen de twee ministeries bevinden waarbij VROM "geen haast had deze over te nemen." Hierdoor ontstond er een situatie waarin "er een gemankeerde regelgeving bestond en geen goede juridische basis bestond voor handhaving van de voorschriften, voor zover die überhaupt nog bestonden," aldus de aangifte.


Geschoonde dossiers en sturing van het onderzoek


In de aangifte staat ook dat de gemeente Enschede bij een inbeslagname van documenten waarschijnlijk "geschoonde" gemeente dossiers aan de politie en het Openbaar Ministerie heeft overhandigd. De rechercheurs van de politie Twente vermoedden dergelijk handelen al op 29 mei 2000, slechts 16 dagen na de ramp.

In de overhandigde gemeente dossiers ontbraken documenten over de door de gemeente Enschede tegengehouden verplaatsing van het bedrijf naar een bedrijventerrein buiten de stad, de vergunningverlening en geheime grondonderhandelingen met de vorige eigenaar van het vuurwerkbedrijf.

Wanneer het Openbaar Ministerie op 29 mei 2000 door het zogenoemde "Tolteam" politieteam wordt geïnformeerd over het vermoeden van het "schonen" van dossiers volgt diezelfde dag nog een bijeenkomst waaruit blijkt dat er sturing van het onderzoek plaatsvindt.

In de bijeenkomst komen de rechercheurs en het Openbaar Ministerie overeen dat "de oorzaak van de brand en de escalatie tot ramp gekoppeld moeten zijn aan de bepalingen in de milieuvergunning," aldus de aangifte. Hiermee zou vrijspraak voor de directie van het vuurwerkbedrijf voorkomen moeten worden. Ook moest volgens de rechercheurs de mogelijkheid van een "stofexplosie" worden ontkracht.
Vuurwerkramp aangifte: "gemeente Enschede 'schoonde' dossiers vóór inbeslagname"

Geheime gronddeal buiten onderzoek gehouden


Uit de aangifte blijkt tevens dat de gemeente Enschede tot aan de Vuurwerkramp op 13 mei 2000 geheime grondonderhandelingen voerde met de vorige eigenaar van het vuurwerkbedrijf. Deze S. verkocht weliswaar zijn bedrijf aan de latere directie maar bleef eigenaar van de grond waarop het bedrijf was gevestigd.

De gemeente Enschede zou reeds in 1997 een voorkeursrecht hebben gevestigd op de grond, waarna S. zijn bedrijf een jaar later verkocht zonder te vermelden dat hij reeds in onderhandeling was met de gemeente over de verkoop van de grond. Het gevestigde voorkeursrecht was onderdeel van het Vinex-project Groot Roombeek. In 1997 werd al duidelijk dat het project minstens 100 miljoen gulden zou gaan kosten. Nog geen jaar later bleek dat de gemeente Enschede 50 tot 70 miljoen gulden te kort zou komen om het project te kunnen realiseren. De hoge kosten waren onder andere gerelateerd aan het moeten uitkopen van grondeigenaren met de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg).

Wanneer in 2000 onderhandelingen over de grond waarop het vuurwerkbedrijf was gevestigd tot een hoogtepunt komen deelt de gemeente Enschede S. mede dat hij "300.000 gulden meer zou ontvangen voor zijn grond indien het bedrijf S.E. Fireworks niet langer als huurder de grond zou belasten." Hiermee zou de gemeente Enschede S. een motief hebben verschaft tot brandstichting bij het bedrijf, aldus de aangifte.

Rond dezelfde tijd wilde de gemeente Enschede van start gaan met het bouwen van de eerste woningen in Groot Roombeek. De bewoners van de buurt het Roomveldje konden tot 2005 in de wijk blijven wonen waarna het tegen de vlakte zou gaan. De bedrijven die gevestigd waren op het aangrenzende bedrijventerrein, waaronder S.E. Fireworks, moesten uiterlijk in 2002 verhuizen, maar zover kwam het echter niet.

Het onderzoek naar oud-eigenaar S. zou, volgens de aangifte, zijn gestopt toen rechercheurs hadden bevestigd dat hij tijdens de ramp in het buitenland verbleef. Niet duidelijk is over welke gegevens de rechercheurs nog meer beschikten toen zij besloten niet verder te kijken naar zijn handelingen voor en na de ramp. De documenten over de grondonderhandelingen werden, volgens de aangifte, uit de gemeentelijke dossiers gehouden.


"Binnenloodsen brandstichter"


Hoewel reeds bekend was dat er veel mis is met het onderzoek naar de vermeende brandstichter André de Vries, welke in eerste aanleg werd veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf en later werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs, schetst de aangifte een ontluisterend beeld over hoe de verdachte bij de politie in beeld is gekomen.

Zo zou een officier van justitie verklaren dat zij in het eerste uur na de ramp "wist dat er sprake was van brandstichting," zonder daarvoor enige aanwijzing te hebben. Vervolgens zou een rechter tippen op de verdachte na het zien van de bekende compositietekening terwijl die tekening op dat moment nog gemaakt moest worden. Wanneer die verdachte niet paste bij het signalement zou, volgens de aangifte, een bevriend persoon van de verdachte met antecedenten gebruikt zijn om het "binnenloodsen van de brandstichter" mogelijk te maken. Daarbij zou een rechercheur deze persoon meermaals hebben bezocht en van informatie hebben voorzien zonder dat daarvan verslag werd opgemaakt.

De desbetreffende rechercheur zou bovendien deel hebben uitgemaakt van een select groepje rechercheurs welke een verborgen parallel onderzoek voerden richting de verdachte. Mutaties van dit parallelle onderzoek werden in een afzonderlijk journaal genoteerd waardoor dit onderzoek aan de normale interne toetsing tussen collegarechercheurs werd onttrokken, aldus de aangifte.


Doorgeefluik


De politie Twente laat in een reactie weten dat zij zelf de aangifte niet zullen behandelen, ondanks het feit dat ook zij in de aangifte worden benoemd. Zij hebben de aangifte slechts doorgezonden naar het Openbaar Ministerie.

"Ik had gehoopt dat zij [red. politie Twente] zelf naar de aangifte zouden gaan kijken. Zij functioneren in dit geval slechts als doorgeefluik," aldus van Buitenen.

Wanneer het Openbaar Ministerie een beslissing neemt is nog onbekend.

Advertenties helpen ons de rekeningen te betalen. sentiment_dissatisfied
Ondersteun ons door uw adblocker op deze website uit te schakelen.
Advertentie
subject
Gerelateerd nieuws
bubble_chart

Meer lezen over

Wilt u meldingen ontvangen voor het laatste nieuws?
Notificaties aanzetten